Van intensive care naar speelplezier

"Ik dacht jarenlang dat ik alles zelf moest doen. Nu zie ik hoeveel mensen op het juiste moment op mijn pad zijn gekomen."
Anton Ebbers (67) had vroeger nooit gedacht dat hij ooit speeltoestellen zou gaan maken. Hij droomde van een baan in de zorg, net als veel jongens toen. Het was populair om als man in de zorg aan de slag te gaan. Hij vond het prachtig werk, volgde allerlei opleidingen om zich verder te specialiseren en werkte uiteindelijk als waarnemend hoofd op de intensive care. Maar hoe komt iemand van de zorg in de speeltoestellenbouw?
Het begin
“Mijn grote verantwoordelijkheidsgevoel werd uiteindelijk ook mijn valkuil. Wat we tegenwoordig een burn-out noemen, heette toen nog overspannen zijn. Ik liep vast."
Mijn broer had een bouwbedrijf en daar vond ik iets wat ik hard nodig had: rust in mijn hoofd. Terwijl mijn handen bezig waren met bouwen, kwam er ruimte om na te denken. Daar is de basis gelegd voor wat later Speelmaatje zou worden. Via een samenwerking met een bedrijf dat hardhouten bruggen en vlonders maakte, kwam een bijzondere vraag binnen. Voor de kasteeltuinen van Arcen werd een speeltuin ontwikkeld en men zocht iemand die een buitenspeeltoestel kon bouwen. Dat ene project veranderde alles.
Ik ontdekte hoe leuk ik het vond om speeltoestellen te ontwerpen en te maken. In die tijd waren er nauwelijks regels of richtlijnen voor speeltoestellen. Scholen bouwden vaak samen met handige ouders of vrijwilligers iets voor op het schoolplein. Toen ik werd benaderd door een reclamebureau om speeltoestellen te ontwerpen voor scholen, zag ik kansen. Maar ondernemen betekent ook fouten maken. Wat we maakten, was geïnspireerd op wat we elders zagen. We waren enthousiast, maar nog onervaren. Binnen een jaar stonden we voor de rechter omdat we speeltoestellen hadden gekopieerd van een bestaande fabrikant. Terecht overigens.
We troffen een schikking, betaalden de rekening en ik wist één ding zeker: als ik hiermee verder wilde, moest ik mijn eigen weg gaan vinden. Dat bleek achteraf een van de belangrijkste lessen uit mijn ondernemersleven.

Een eigen gezicht
Voor het ontwikkelen van een eigen lijn speeltoestellen klopte ik aan bij de heer Hendrik Blauwendraad, jarenlang docent pedagogiek aan de Driestar Hogeschool. Een creatieve denker pur sang. Samen ontwikkelden we een compleet nieuwe lijn speeltoestellen. Daarmee stonden we op de Wegwijsbeurs, destijds een bekende gezinsbeurs. Maar al snel bleek dat mooie ontwerpen alleen niet voldoende waren. De toestellen waren prachtig, maar voor veel particulieren simpelweg te duur. Dus moest ik leren verkopen. Als ik eraan terugdenk, vraag ik me soms af waar ik het lef vandaan haalde. 's Avonds pakte ik het kerkelijk jaarboek erbij en belde directeuren van reformatorische basisscholen op. Gewoon thuis. Zonder afspraak. Het leverde wél werk op. Tegelijkertijd kwamen via Blauwendraad steeds meer aanvragen en groeide het bedrijf langzaam maar zeker verder.
De eerste collega's
Een bedrijf bouw je niet alleen. Mijn eerste betaalde medewerker was Gerrit Bulten. Later kwam Cees Bunt in zijn plek, die vandaag de dag nog steeds onderdeel is van Speelmaatje. Ook de eerste verkoper werkt er nog steeds, Wilbert Wassink. Ik weet nog precies waar ik stond toen hij belde dat hij zijn eerste opdracht binnen had: bij Bronsbergen in Zutphen. Dat soort momenten vergeet je niet.
Naast speeltoestellen leverden we toen ook bruggen, vlonders,
skatebanen en sportvoorzieningen. Gemeente Veenendaal werd één van onze eerste grote klanten en van daaruit
groeide het netwerk steeds verder. Gaandeweg maakten we keuzes. Eerst stopten we met bruggen en vlonders. Later volgden ook de skatebanen. Steeds meer werd duidelijk waar ons hart lag.
De ontdekking van robinia
Ongeveer twintig jaar geleden bezocht ik een vakbeurs op Papendal. Daar zag ik voor het eerst speeltoestellen van
robiniahout. Eerlijk gezegd was ik sceptisch. Ik kende het materiaal nauwelijks en vroeg me af of het wel een toekomst
had. Een paar jaar later kwam ik opnieuw met robinia in aanraking tijdens een project bij een schippersinternaat. Daar stonden enkele robiniahouten palen als decoratief element. De klant was enthousiast en langzaam begon ook bij mij het vertrouwen te groeien. De markt veranderde bovendien. Geïmpregneerd hout verdween steeds meer naar de achtergrond en natuurlijke materialen werden populairder. Zo kreeg robinia steeds meer ruimte binnen ons assortiment. Uiteindelijk namen we ongeveer tien jaar geleden definitief afscheid van onze traditionele lijn speeltoestellen. Vanaf dat moment werd robinia de basis van alles wat we maakten. Een keuze waar ik nog steeds achter sta.
Waar nu uitgebreide procedures bestaan, stonden onze eerste toestellen simpelweg in het weiland op het ouderlijk bedrijf van Cees opgesteld zodat een inspecteur ze kon keuren. Zo bouwden we stap voor stap verder aan een professionele organisatie.
Gelukkig kwamen er mensen om mij heen die sterker waren in de dingen waar ik minder energie van kreeg. Cees nam veiligheid en certificering op zich. Arnold van der Werf pakte de administratie aan. Daardoor kon ik mij steeds meer richten op waar mijn passie lag: techniek, innovatie en het verbeteren van onze toestellen. Hoe maken we ze mooier? Hoe maken we ze duurzamer? Dat soort vragen hielden en houden me nog steeds bezig.
"Ik was eerst sceptisch over robiniahout. Nu kan ik me Speelmaatje niet meer zonder voorstellen."

Groeien betekend loslaten
Toen ik begon, deed ik alles zelf. Of beter gezegd: ik dacht dat ik alles zelf moest doen. In 1997 veranderde er veel door nieuwe wetgeving rondom speeltoestellen. Voor het eerst moesten toestellen officieel voldoen aan wettelijke eisen en certificeringen. Ik had eerlijk gezegd weinig met al die administratie. Nog steeds niet trouwens. Veel bedrijven stopten destijds omdat ze de investeringen en papierwinkel niet zagen zitten. Wij besloten door te gaan. Achteraf bleek dat een belangrijke keuze. Samen met deskundigen werden tekeningen uitgewerkt, dossiers opgebouwd en toestellen gecertificeerd.
De volgende generatie
Wanneer je ouder wordt, komt vanzelf de vraag: hoe nu verder? Twee van mijn zoons hadden interesse in het bedrijf,
maar ik wilde zorgvuldig omgaan met die keuze. Daarom nodigde ik al mijn kinderen uit om samen na te denken over de toekomst van Speelmaatje. Tot mijn verrassing meldde zich ook een derde geïnteresseerde.
We schakelden een extern bureau in om te onderzoeken wie het beste op welke plek binnen het bedrijf zou passen.
Uiteindelijk besloten twee van hen verder te gaan binnen Speelmaatje. De één richtte zich op acquisitie, de ander op
productie.
Via de RecreatieVakbeurs kregen we steeds meer bekendheid binnen de recreatiesector en groeide de productie aanzienlijk. Niet veel later kwam ook Mark Ebbers erbij. Wat begon als een administratieve functie, groeide uit tot iets veel groters. Mark bleek iemand die mensen, afdelingen en processen met elkaar wist te verbinden. De olieman tussen alle bewegende onderdelen. Vandaag de dag is hij mede-eigenaar en mededirecteur.
Als ik terugkijk, zie ik hoe vaak ik dacht dat ik alles zelf moest regelen. Nu zie ik vooral hoeveel mensen op het juiste moment op mijn pad zijn gekomen.

Waar Speelmaatje echt om draait
Als je mij vraagt wat Speelmaatje kenmerkt, dan is het niet ons hout. Niet onze toestellen. Zelfs niet onze groei. Het is de sfeer. Die is door de jaren heen eigenlijk nooit veranderd. Toen we groeiden, waarschuwden mensen me regelmatig. Pas maar op, zeiden ze. Als een bedrijf groter wordt, verdwijnt die familiaire cultuur vanzelf. Maar dat is niet gebeurd. Misschien juist omdat we er altijd bewust aandacht aan hebben gegeven.
Ik loop nog steeds graag in de werkplaats. Even praten met de jongens. Kijken hoe het gaat. Hier en daar wat kennis delen. Ik zie een organisatie waarin mensen op hun plek zitten. Directeuren die elkaar aanvullen. Medewerkers die gezien worden als mens en niet alleen als functie. En misschien wel het mooiste van alles? Dat ik tegenwoordig
met vertrouwen kan loslaten. Dat had ik vroeger nooit gedacht.




